Gevogelte

Goudplevieren zitten vaak in grote groepen, die bij het opvliegen een fascinerend “murmuration”-spektakel laten zien.
De kieviet. Een beetje een melancholieke verschijning, met een al even gevoelig geluid. Net als alle weidevogels hebben ze het erg moeilijk.
Grauwe ganzen in de vlucht. Kleurrijker dan hun naam doet vermoeden. Met hun wat lompe oranje snavel (“een winterwortel” zegt Manlief) en de prachtige staarttekening méér waard dan een schouderophalen. “Gewone wilde ganzen’ zijn verre van gewoon.
De aalscholver is een reliek. Zijn hele verschijning doet aan een oerdier denken. De meeste mensen kennen hem als “zo’n grote zwarte vogel” die met de vleugels open op een paaltje zit, maar afhankelijk van leeftijd en seizoen trekt hij net als vele andere vogels – vele pakjes aan.
There is safety in numbers. En terwijl een paar duizend scholeksters (“lieuwen”) zitten uit te rusten of te poetsen (of gewoonweg ruzie maken), zijn er altijd wel een paar die een oogje in het zeil houden voor naderend onheil.
Geloof maar niet dat deze bonte strandlopertjes lekker zitten te slapen. Over hun vleugeltjes heen houden ze de lens scherp in de gaten. Is dat een geweerloop? Of het boze oog?
2019 is het jaar van de wulp. Hun aantallen zijn sterk verminderd. Al merk je daar niet veel van als er een groep van zo’n 1000 – 1500 exemplaren neerstrijkt in een weide.

Herfst

Ze zijn er!
Duizenden brandgansjes, met hier en daar een grote Canadese gans ertussen, en soms aan de rand een groepje grauwtjes.
Wel vijftig puttertjes hebben zich even in deze struik gezet. Reizen kan best vermoeiend zijn.
Een buizerd vindt dat héél interessant …